De Muhkamaat en Mutashaabihaat Quraan verzen

  Inleiding

Allah, de Verhevene, is al-Quddoes (اَلْقُدُّوْسُ). Dit houdt in dat Hij Vrij is van elk minpunt en gelijkenis met Zijn schepping. Allah is Vrij en Verheven van het zich bevinden in tijd, plaats en richting. Hij bestaat zonder begin en zonder tijd. Tijd en plaats zijn scheppingen van Hem. Ons voorstellingsvermogen is beperkt binnen de grenzen van tijd, plaats en richting. Al onze waarnemingen bestaan ook uit schepselen. Plaats en tijd zijn inherente en onlosmakelijke eigenschappen van geschapen wezens.

Daarom is de mens geneigd om te denken binnen de context van plaats en tijd. Maar als we het over de Schepper hebben moeten we niet binnen diezelfde context denken, anders begaan we een categorisatiefout waardoor we tot absurde conclusies komen. Immers, plaats en tijd gaan alleen en uitsluitend op voor schepselen en de Schepper is geen schepsel, dus is Hij vanzelfsprekend Vrij van het zich bevinden in tijd, richting en plaats welke zelf ook scheppingen zijn van Hem.

Dus alles wat in ons voorstellingsvermogen opkomt, is niets anders dan ook een schepping. Dit is de reden waarom wij, schepselen, ons geen voorstelling kunnen maken van de werkelijkheid van de Schepper. Hij is absoluut anders dan al het geschapene. Hij lijkt in geen enkel opzicht op Zijn schepselen, zoals Hij openbaart in de heilige Quraan:

{Er is niets zoals Hij}
(Soerah Ash-Shuraa, vers 11 | 42:11)


Degene die Hem beschrijft met een betekenis die opgaat voor de mens, begaat hierdoor ongeloof (Kufr). Allah, de Verhevene, is vrij van het hebben van ledematen, lichamelijkheden, hulpmiddelen, gestalte en vorm, zoals de Bronnen van de Islam ook de geleerden van de vroege generaties (Salaf as Saalih) dit stellig hebben verklaard.


Laten we dan nu eens het volgende bekijken: In de heilige Quraan zijn er een aantal woorden met betrekking tot Allah, de Verhevene, gebruikt waarvan de letterlijke betekenis niet opgaat voor Hem en Hem niet waardig is, omdat deze bijvoorbeeld: minpunten, lichamelijkheid of het zich bevinden in plaats of richting inhoudt. Deze woorden mogen daarom in geen enkel geval letterlijk worden geïnterpreteerd, daar we weten dat de letterlijke betekenis ervan niet wordt bedoeld omdat het al onomstotelijk vaststaat dat dit niet opgaat voor Allah, de Verhevene.

Deze woorden hebben naast deze letterlijke betekenis die niet opgaat voor Allah, de Verhevene, nog andere mogelijke betekenissen, waaronder ook zulke die wel opgaan voor Allah en Hem wel waardig zijn. Een betekenis uit die mogelijke betekenissen die wel opgaat voor Allah, de Verhevene, is dan ook de bedoeling van zulk een Vers.

 

Maar welke betekenis uit al die mogelijke betekenissen is nu precies de bedoeling van het Vers? Om daar antwoord op te geven, dient men eerst een onderscheid te maken tussen deze woorden die figuurlijk dienen te worden geïnterpreteerd.

Er zijn in de Arabische taal twee soorten woorden/uitdrukkingen die figuurlijk worden gebruikt:

1. Bij sommige woorden is het duidelijk dat het gaat om een Arabische idioom, metafoor of een stijlfiguur waarbij het erg duidelijk is wat de bedoeling van dat woord of uitdrukking is. De letterlijke betekenis wordt er in ieder geval niet bedoeld.

2. Bij andere woorden is het onduidelijk wat de precieze bedoeling ervan is, alhoewel het wel kristalhelder is dat ook bij deze categorie de letterlijke betekenis absoluut niet wordt bedoeld. Deze woorden/uitdrukkingen van deze categorie worden: 'Mutashaabih' genoemd. Het meervoud hiervan is: Mutashaabihaat. Dit zijn dus ook figuurlijk bedoelde woorden, alleen weten we niet met zekerheid welke van de mogelijke betekenissen die wel opgaan voor Allah, de Verhevene, eigenlijk de bedoeling is van dit woord/deze uitdrukking.

 

Tafwied en Ta'wiel

Het zijn de woorden van de tweede categorie, namelijk de Mutashaabihaat, waarbij er onder de geleerden van de Ahlus Sunnah Wal Djamaa'ah twee methodieken bestaan voor de benadering ervan:

1. De methodiek van de overgrote meerderheid van de Salaf as Saalih[1] (de eerste drie generaties van de Muslim Ummah). Deze methodiek wordt: "Tafwied" genoemd.

2. De methodiek van enkele geleerden van de Salaf as Saalih en grote groepen geleerden vanaf de vierde eeuw. Deze methodiek wordt: "Ta'wiel" genoemd.
Toen de sekte der antropomorfisten hun dwalende leer onder het volk verspreidde, namen veel geleerden hun toevlucht tot deze methodiek uit de noodzaak om de massa te behoeden tegen het geloven in de letterlijke betekenis van zulke woorden.


Tafwied houdt kort gezegd in: Het woord afwenden van diens letterlijke betekenis – omdat het vaststaat dat die niet opgaat voor Allah, de Verhevene – wat dus inhoudt dat men stellig gelooft dat de letterlijke betekenis van dat woord niet de bedoeling is van het Vers.

Wat dan wel de bedoeling is? Volgens deze methodiek dient men zich niet bezig te houden met het op zoek gaan de precieze bedoeling/betekenis van de Mutashaabihaat, en dient men de kennis daarvan over te laten aan Allah, de Alwetende, zoals Allah het ons heeft opgedragen in Soerah Aal-i 'Imraan vers 7, wat we zo zullen bekijken. Wel gelooft men dat het Vers een ware openbaring is van Allah, de Verhevene, en dat de betekenis die Allah, de Verhevene, heeft bedoeld met het Vers waarheid is, ook al weet men zelf die betekenis niet (met zekerheid).

Het is een beproeving van Allah, de Verhevene, of men zich hierbij neerlegt of zich toch overgeeft aan de drang van zijn nieuwsgierigheid om elk geheim proberen te ontrafelen.


Ta'wiel houdt kort gezegd in: Het woord afwenden van diens letterlijke betekenis – omdat het vaststaat dat dit niet opgaat voor Allah, de Verhevene – wat dus inhoudt dat men stellig gelooft dat de letterlijke betekenis van dat woord niet de bedoeling is van het Vers.

Wat dan wel de bedoeling is? Deze methodiek gaat wel op zoek naar de meest waarschijnlijke betekenis van het woord die wel opgaat voor Allah, de Verhevene. Dit wordt gedaan in het licht van de vaststaande fundamenten van de Islamitische geloofsleer, de duidelijke Verzen (Muhkamaat) en verscheidene wetenschappen  van de Arabische taalkunde. Men beweert hierbij echter niet dat men daadwerkelijk de precieze betekenis van de Mutashaabih heeft achterhaald.

Men zegt slechts dat dit de meest voor de hand liggende en de meest waarschijnlijke betekenis van dat woord is. Maar of dat nu ook werkelijk Allah's bedoeling is  met dat Vers, dat weet men niet en de werkelijke kennis ervan laat men dan ook over aan Allah de Alwetende. Men gelooft in het Vers zoals Allah, de Verhevene, het heeft bedoeld ook al kent men zelf die bedoeling niet met zekerheid.


Zoals net is gesteld, is de methodiek van Ta'wiel een middel om de leek te behoeden tegen het geloven in de letterlijke betekenis waar dat niet opgaat. Vooral in de perioden waarin de antropomorfisten actief zijn en Quraan Verzen uit de context halen om hun dwaling te verspreiden onder de mensen, is deze methodiek baathebbend voor de massa die niet op de hoogte is  van de wetenschappen van de heilige Quraan.

In wezen verschillen beide methodieken niet van elkaar. Het doel van beide methodieken is om het geloof dat Allah Vrij en Verheven is van elk minpunt en van gelijkenis met Zijn schepping, te beschermen tegen de letterlijke en dus verkeerde interpretatie van bepaalde woorden die figuurlijk zijn gebruikt in relatie tot Allah, de Verhevene.

 

Korte opmerking over: Antropomorfisme
Antropomorf is samengesteld uit twee verschillende Griekse woorden, te weten:
Aνθρωπος  [anthropos] – mens
Mορφή [morphé] – vorm, gedaante

In het Grote Van Dale woordenboek staat er over antropomorfisme:

"Het toeschrijven van menselijke opvattingen, hartstochten enz. aan goddelijke of andere wezens (dieren); (in 't bijzonder) voorstelling van God in menselijke vormen."

In het Arabisch wordt dit: Tashbieh [Allah vergelijken met (een) schepsel(s)] en Tadjsiem [aan Allah lichaamsdelen of lichamelijkheden toekennen] genoemd.

De mensen die het antropomorfisme aanhangen worden 'antropomorfisten' genoemd. In het Arabisch is dit: al-Mushabbihah (اَلْمُشَبِّهَةُ) en al-Mudjassimah  (اَلْمُجَسِّمَةُ).

 

Muhkamaat en Mutashaabihaat verzen

Het zal intussen wel duidelijk zijn geworden dat er in de heilige Quraan twee soorten Verzen zijn:

1. Verzen waarvan wij de betekenis kunnen achterhalen.
2. Verzen waarvan de letterlijke betekenis niet bedoeld wordt, maar juist een figuurlijke betekenis.

Hierover openbaart Allah, de Almachtige, in de heilige Quraan:

{Hij is het, Die aan u dit Boek (de heilige Quraan) heeft geopenbaard; sommige van zijn Verzen zijn Muhkamaat (verzen waarvan de betekenis te achterhalen is), zij vormen de grondslag van het Boek. En anderen zijn Mutashaabihaat (verzen waarvan de betekenis Allah voor zich heeft gehouden en voor ons niet [met zekerheid] te achterhalen is).

Degenen in wier harten afwijking is, die gaan na wat er Mutashaabih van is, in begeerte naar dwaling en in begeerte naar de uitlegging ervan. Maar niemand kent er de juiste uitlegging ervan behalve Allah. En de stevig-staanden in de kennis, zij zeggen: "Wij geloven er in; het geheel is van onze Heer"; en niemand laat zich manen dan de verstandigen.} 

Soerah Aal-i 'Imraan, vers 7 | 3:7


Tafsier van het vers

De bekende Quraan-exegeet Imaam al-Qurtubi رحمه الله schrijft in zijn gezaghebbende Tafsier "Al-Djaami'u li-Ahkaam al-Quraan" (الجامع لأحكام القرآن) – in de volksmond beter bekend als: Tafsir al-Qurtubi (تفسير القرطبي) – onder andere de volgende uitleg van dit Vers:


Fragment:


Vrije vertaling:

Djaabir bin 'AbdilLaah heeft gezegd – en dat is overigens ook wat de uitspraak van de Imaams: ash-Sha'biy, Sufyaan ath-Thawriy en anderen (رحمهم الله) inhoudt:
"De Muhkamaat van de Quraan verzen zijn die welker uitleg bekend is en welker betekenis en uiteenzetting begrepen worden; en de Mutashaabih is dat tot de kennis waarvan er geen weg is, namelijk dat waarvan de kennis uitsluitend bij Allah ligt en niet bij Zijn schepselen."

 

Vrije vertaling:

Ik zeg (d.w.z. Imaam Qurtubiy رحمه الله): "Dit is het beste wat er gezegd is in de definiëring van de Mutashaabih. En we hebben al eerder aan het begin van Soerah al-Baqarah de overlevering van ar-Rabie' bin Guthaym aangehaald dat Allah, de Verhevene, deze Quraan heeft geopenbaard en kennis van wat Hij heeft gewild van de Quraan voor zich gehouden…, tot het einde citaat."

 

[Laten wij dat citaat eens in zijn geheel bekijken welk in het begin van Soerah al-Baqarah is aangehaald door Imaam al-Qurtubiy رحمه الله :

Vrije vertaling: ar-Rabie' bin Guthaym (رحمه الله) heeft gezegd: Voorwaar, Allah, de Verhevene, heeft deze Quraan geopenbaard en kennis van wat Hij heeft gewild ervan voor zich gehouden. En Hij heeft jullie op de hoogte gebracht van wat Hij heeft gewild. Wat betreft datgene waarvan Hij de kennis alleen voor Zichzelf heeft gehouden jullie kunnen die niet verkrijgen, vraagt dan niet daarover. En wat betreft hetgeen waarover Hij jullie wel op de hoogte heeft gebracht, dat is dan hetgeen waarover jullie vragen stellen en (dan) erover worden ingelicht. En niet de gehele Quraan kennen jullie, en niet alles wat jullie weten brengen jullie in praktijk.]

 

Om terug te keren tot de passage uit Tafsir al-Qurtubiy waarmee we bezig waren:

Vrije vertaling:

Imaam al-Gattaabiy (heengegaan in het jaar 388 na de Hidjrah, رحمه الله) heeft gezegd:

"Allah, de Verhevene, heeft de Verzen van Zijn Boek – in welk Hij ons heeft opgedragen te geloven en de inhoud ervan als waarachtig te beschouwen – in twee categorieën ingedeeld: Muhkam en Mutashaabih. Allah, de Almachtige, heeft geopenbaard: {Hij is het, Die aan u dit Boek heeft geopenbaard; sommige van zijn Verzen zijn Muhkamaat, zij vormen de grondslag van het Boek, en andere zijn Mutashaabihaat…} tot het gedeelte van: {…het geheel is van onze Heer"}.

Hij (Allah, de Verhevene) heeft bekend gemaakt dat kennis van de Mutashaabih van het Boek uitsluitend bij Allah is, niemand buiten Hem kent de uitleg ervan. Vervolgens heeft Allah, de Verhevene en Majestueuze, de stevig-staanden in de kennis geprezen voor dat zij zeggen: "Wij geloven erin". Indien hun geloof daarin niet geldig zou zijn (omdat zij de betekenis ervan niet weten) dan zouden zij niet het waard zijn om hiervoor te worden geprezen."


Opmerking: Dit houdt dus in dat als iemand zegt dat hij gelooft in de waarheid van alle Verzen dus ook de Mutashaabih, en dat zij (de Mutashaabih Verzen) van Allah afkomstig zijn en een betekenis hebben die Allah waardig is, maar die niet (met zekerheid) kennen en de werkelijke kennis ervan dus overlaten aan Allah, dat men hierdoor wel een gelovige is en blijft. Men ontkent hierdoor dus geen enkele Eigenschap van Allah, de Verhevene.

 

De groepen die de Mutashaabih Verzen nagaan

Imaam al-Qurtubiy (رحمه الله) schrijft een aantal punten op die uit het zevende Vers van Soerah Aal-i 'Imraan kunnen worden afgeleid. Bij het zesde punt schrijft hij:



Vrije vertaling:

"Het zesde punt met betrekking tot: Allah's openbaring: {die gaan na wat er Mutashaabih van is, in begeerte naar dwaling en in begeerte naar de uitlegging ervan}.

Onze Shayg Aboel 'Abbaas (رحمه الله) heeft gezegd: "Zij die de Mutashaabih nagaan zijn één van de volgende (vier) groepen:

(1) Zij die de Mutashaabih nagaan en ze verzamelen om twijfel op te wekken over de Quraan en het volk te doen dwalen, zoals de Zanaadiqah en de Qaraamitah: de bekritiseerders van de Quraan, het deden.

(2) Zij die dit doen om te (laten) geloven in de letterlijke betekenis van de Mutashaabih, zoals de Mudjassimah (antropomorfisten) dit hebben gedaan: zij die uit de Quraan en Sunnah datgene verzameld hebben waarvan de letterlijke betekenis op lichamelijkheid voor Allah duiden. Het is zo erg zelfs dat zij geloven dat de Schepper, de Verhevene, een lichaam en vorm is met een gezicht, oog, hand, zij, been en vinger, Vrij en Verheven is Allah daarvan.


(3) Zij die dit doen om de uitlegging ervan duidelijk te maken en de betekenissen ervan te verduidelijken.

(4) Zij die dit doen zoals Sabiegh het deed toen hij er veel vragen over stelde bij 'Umar (رضي الله تعالى عنه)."

 

Het oordeel met betrekking tot de groepen

Vrije vertaling:

"Dit zijn dus vier categorieën:


(1) De eerste categorie: Er bestaat geen enkele twijfel dat zij ongelovigen zijn.

(2) De tweede categorie: De juiste uitspraak is dat zij tot ongelovige dienen te worden beschouwd, want er bestaat geen enkel verschil tussen hen en de aanbidders van beelden en plaatjes.

(3) De derde categorie: Er bestaat meningsverschil over of dit is toegestaan of niet. Dit meningsverschil vloeit voort uit het meningsverschil over het vraagstuk of het nu wel of niet toegestaan is om de meest waarschijnlijke figuurlijke betekenis van de Mutashaabih Verzen aan te wijzen. En het is bekend dat het standpunt van de Salaf as Saalih (de eerste drie generaties van de Muslim Ummah) was dat zij zich onthielden van het zich bezig houden met het proberen te achterhalen van de meest waarschijnlijke figuurlijke betekenis van zulke Verzen, terwijl zij er stellig van waren overtuigd dat de letterlijke betekenis van de Mutashaabih Verzen niet opgaan voor Allah en daarom zeiden zij: "Laat ze passeren zoals zij zijn gekomen."
En sommigen van hen hebben het standpunt ingenomen om de (mogelijke) betekenis (die wel opgaan voor Allah) aan te duiden en de Mutashaabih Verzen te interpreteren voor zover de taalkunde het toelaat, zonder met zekerheid vast te stellen dat dat de bedoeling is van het desbetreffende Vers.

(4) De vierde categorie: Het voorschrift met betrekking tot zulk een persoon is dat hem hardhandig manieren moet worden bijgebracht, zoals Sayyidunaa 'Umar (رضي الله تعالى عنه) het had gedaan met Sabiegh."

(Bronvermelding: Tafsier al-Qurtubiy, deel 4 blz. 11 t/m 13)


Enkele conclusies

We hebben in de uitleg van de Quraan-exegeet Imaam al-Qurtubiy (رحمه الله) kunnen zien dat degenen die de Ayaat Mutashaabihaat nagaan en ze letterlijk interpreteren om de mensen te laten geloven in de letterlijke betekenis van die Verzen zodat zij ook afdwalen, tot de sekte der antropomorfisten (Mudjassimah) behoren.

We hebben in het Quraan Vers uit Soerah Aal-i 'Imraan ook gezien dat de uitlegging/betekenis van de Mutashaabihaat Verzen niemand behalve Allah, de Alwetende, kent. Dit houdt dus in dat de letterlijke betekenis er in geen geval mee bedoeld kan zijn.

We hebben ook gezien dat ondanks het feit dat men de betekenis van een bepaald Vers niet kent maar er van overtuigd is dat dat vers en de gehele heilige Quraan waarheid is en een ware openbaring is van zijn Heer en dat de betekenis die Allah, de Verhevene, heeft bedoeld met de Mutashaabih Verzen waarheid is ook al kent hijzelf die specifieke betekenis ervan niet, hij wel een gelovige is, want Allah, de Verhevene, heeft hen in Vers 7 van Soerah Aal-i 'Imraan geprezen:

{Maar niemand kent er de juiste uitlegging van behalve Allah. En de stevig-staanden in de kennis, zij zeggen: "Wij geloven er in; het geheel is van onze Heer"; en niemand laat zich manen dan de verstandigen.}

Soerah Aal-i 'Imraan, vers 7 | 3:7


Zo zien we dan hoe vals de bewering is van de Mudjassimah sekte die al deze Verzen wel letterlijk interpreteert en de Ahlus Sunnah Wal Djamaa'ah – die de kennis en betekenis van de Mutashaabihaat overlaat aan Allah, de Alwetende, maar stellig gelooft dat de letterlijke betekenis ervan niet de bedoeling is omdat die niet opgaat voor Allah, de Verhevene – ervan beschuldigt de Eigenschappen van Allah, de Verhevene, te ontkennen.

Met eigenschappen bedoelt deze sekte lichaamsdelen. Mutashaabih Verzen waar woorden zoals Yad  (يَدٌ) of 'Ayn (عَيْنٌ) gebruikt zijn, interpreteren de antropomorfisten letterlijk en beweren dat dit eigenschappen zijn van Allah, Vrij en Verheven is Hij hiervan.

De letterlijke betekenis van Yad (يَدٌ) is hand, maar hiernaast heeft het woord Yad  nog ruim 24 andere betekenissen waarvan vele betekenissen Allah, de Verhevene, wel waardig zijn. En deze sekte neemt alleen de letterlijke betekenis van dit woord en sluit alle overige betekenissen ervan uit. Zo zijn ze tot de verkeerde conclusie gekomen dat Allah, de Verhevene, een werkelijke hand heeft, een werkelijke oog, etc.


Imaam Aboe Haniefah (رحمه الله) – die de methodiek van Tafwied hanteerde – heeft met betrekking tot Yad, wanneer het gebruikt wordt voor Allah, de Verhevene, het volgende gezegd:

Vrije vertaling:

"Allah's Yad is boven hun handen (Soerah al-Fath, vers 10). Dit is niet (in de betekenis van zoals het voor) Zijn schepselen (wordt gebruikt). En dit is niet (in de betekenis van) een lichaamsdeel."

(Al-Fiqh ul-Absat)

 

Imaam Aboe Dja'far at-Tahaawiy رحمه الله (heengegaan in het jaar 321 na de Hidjrah) schrijft in zijn gezaghebbende 'Aqiedahwerk, waarin hij de geloofsleer van de Salaf as Saalih / Ahlus Sunnah Wal Djamaa'ah behandelt, het volgende:

Vrije vertaling:

"Verheven is Allah van het hebben van begrenzingen, beperkingen, het hebben van onderdelen, lichaamsdelen en hulpmiddelen/ledematen."

(Al-'Aqiedah at-Tahaawiyyah)

 

Enkele mogelijke betekenissen van het woord Yad die wel opgaan voor Allah, de Almachtige, zijn: gunst, macht, genade, bescherming etc. Haafiz Ibn Hadjar al-'Asqalaaniy (رحمه الله) heeft in zijn bekende uitleg op Sahieh al-Bugaariy, genaamd: Fath-ul Baarie, 25 betekenissen van het woord Yad opgenoemd.  (Zie: Fath-ul Baarie, deel 13, blz. 485)

 

We hebben gezien (onder de derde categorie die door Imaam al-Qurtubiy رحمه الله is opgenoemd) dat het standpunt van (de overgrote meerderheid) van de Salaf as Saalih met betrekking tot de Mutashaabihaat was dat zij zich niet bezighielden met het opzoek gaan naar de meest waarschijnlijke betekenis, maar dat zij wel stellig overtuigd waren dat de letterlijke betekenis (Zawaahir) van de Mutashaabihaat niet opgaat (Istihaalah = absurd).

Daarom zeiden zij: "Laat ze passeren zoals ze zijn gekomen" (Amirroehaa kamaa djaa-at). Dat wil zeggen: reciteer het (Mutashaabih) Vers zonder de letterlijke betekenis eruit te begrijpen en zonder op zoek te gaan naar de meest waarschijnlijke betekenis.[2]

____________________
1. De heilige Profeet Muhammad (vrede en zegeningen zij met hem) heeft gezegd:


"De besten van de Ummah is mijn generatie. Daarna zij die na hen volgen, daarna zij die na hen volgen." 

(Sahieh al-Bugaariy en Sahieh Moeslim)


De eerste drie gezegende generaties van de Ummah bestaan uit: (1) de Sahaabah (metgezellen van de heilige Profeet Muhammad vrede en zegeningen zij met hem), (2) de Taabi'ien (de volgers; Moslims die de Sahaabah hebben meegemaakt) en (3) de Tab' Taabi'ien (derde generatie; Moslims die de Taabi'ien hebben meegemaakt). De eerste drie generaties tezamen staan bekend als: de Salaf as Saalih/de Vrome Voorgangers.

2.

  

  

Aantal keren bekeken: 9.844