Het geloof in Engelen (deel 2)

– Vervolg –

Enkele eigenschappen van Engelen

5. Engelen kunnen met Allah's Wil en in staat stelling in verschillende gedaanten verschijnen

Engelen kunnen met Allah's Wil en in staat stelling in verschillende gedaanten verschijnen. In de Heilige Quraan en Ahaadieth zijn hierover vele voorbeelden terug te vinden. Een voorbeeld hiervan zien we in Hadieth Djibriel, waarin staat dat Engel Djibriel (عليه السلام) bij de Heilige Profeet Muhammad (vrede en zegeningen zij met hem) in de gedaante van een mens verscheen met erg zwart haar, erg witte kleding, aan wie er niets te bespeuren viel wat erop zou kunnen duiden dat hij een reis zou hebben afgelegd (Sahieh Muslim).

Wanneer een Engel de gedaante van een mens aanneemt, dan betekent dit niet dat het wezen van de Engel een mens is geworden. De Engel blijft een Engel en verschijnt slechts in de gedaante van een mens.

 

6. Engelen zijn niet mannelijk noch vrouwelijk

Allah, de Almachtige, openbaart in de Heilige Quraan:

Vrije vertaling:

{En zij hebben de Engelen, die de dienaren zijn van de Barmhartige, tot vrouwelijke wezens verklaart. Waren zij soms bij hun schepping aanwezig? Hun getuigenis zal worden opgeschreven, en zij zullen worden ondervraagd.}

Soerah az-Zugruf, vers 19 | 43:19


Ook openbaart Allah, de Verhevene:

Vrije vertaling:

{Voorzeker, zij die niet in het Hiernamaals geloven, geven de Engelen vrouwelijke namen. En zij hebben daar geen kennis van. Zij volgen slechts een vermoeden, en waarlijk, een vermoeden baat geenszins tegen de waarheid.}

Soerah an-Nadjm, verzen 27-28 | 53:27-28

 

Imaam Haafiz Ahmad ibn Hadjar al-'Asqalaaniy (Allah's tevredenheid zij met hem) vermeldt in Fath-ul Baariy, zijn uitleg op Sahieh al-Bugaariy, de volgende uitspraak van de Taabi'iy Sa'ied bin al-Musayyab (Allah's tevredenheid zij met hem):

Vrije vertaling:

"Engelen zijn niet mannelijk noch vrouwelijk. Ze eten niet noch drinken ze. Ze huwen niet noch planten zij zich voort."

(Bron: Fath-ul Baariy)

 

7. Engelen zijn eerwaardige dienaren van Allah تعالى en zijn volledig vrij van zonden (Ma'soem) omdat Allah تعالى hen daartegen beschermt

Allah, de Almachtige, openbaart in de Heilige Quraan:

Vrije vertaling:

{En zij zeggen: "De Barmhartige heeft Zich een zoon genomen." Heilig is Hij. Integendeel, zij (Engelen) zijn geëerde dienaren. Zij gaan Hem niet voor in het spreken[1] en het is naar Zijn bevel, dat zij handelen. Hij weet wat vóór hen is en wat achter hen is; en niet doen zij voorspraak voor anderen dan wie Hem welgevallig zijn en uit ontzag voor Hem vrezen zij (Allah). En zo één hunner zegt: "Ik ben een god naast Allah", aan die zullen Wij met de hel vergelden. Aldus vergelden Wij de onrechtvaardigen.}

Soerah al-Ambiyaa, verzen 26-29 | 21:26-29

 

Engelen hebben een wil en zijn hun Schepper nooit ongehoorzaam. In de Heilige Quraan heeft Allah, de Verhevene, Engelen geprezen om hun gehoorzaamheid, wat inhoudt dat zij uit eigen wil Hem gehoorzaam zijn. Alle Engelen en alle Profeten (vrede zij met hen) zijn Ma'soem.


Wat houdt Ma’soem-zijn in?

Ma’soem-zijn houdt in dat Allah de Verhevene degene die Ma’soem is, behoedt voor het begaan van zonden en fouten. Alleen Engelen en Profeten zijn Ma’soem. Dit houdt dus in dat Allah, de Verhevene, hen behoedt voor het begaan van zonden en fouten. Zij zijn zondeloos en onfeilbaar. En omdat alle Engelen Ma’soem zijn, begaan zij nooit enige zonde.

Bij sommige leken bestaat het misverstand dat Engelen helemaal geen eigen wil en gedachten hebben en dat zij een soort robotten zijn zonder eigen bewustzijn. Zij leggen het begrip ‘Ismat al-Malaaikah (d.w.z. het Ma’soem-zijn van de Engelen) uit met: dat Engelen geen zonden kunnen begaan/dat ze niet in staat zijn om zonden te begaan en dat ze niet anders kunnen dan Allah’s opdrachten volbrengen.

 

Dat dit niet juist is zien we in hetgeen volgt:

Als het niet mogelijk zou zijn voor Engelen om zonden te begaan en als zij gedwongen zouden zijn om Allah’s bevelen op te volgen, dan zouden zij niet Mukallaf zijn. Dat wil zeggen: belast zijn met opdrachten van Allah de Almachtige en zich tussen hoop op Allah’s beloning en vrees voor Allah’s bestraffing bevinden. Daar zij wel Mukallaf zijn, spreekt het voor zichzelf dat zij ook in staat zijn zonden te begaan. Maar omdat Allah de Verhevene hen hiervoor behoedt, begaan zij die nooit en te nimmer.

Dit is wat Ma’soem-zijn inhoudt, namelijk: dat men ondanks het feit in staat te zijn een zonde te begaan het niet begaat, door de gratie van Allah de Almachtige.

 

Imaam Sa'd-un Dien at-Taftaazaaniy (heengegaan in het jaar 791 na de Hidjrah, رحمه الله) schrijft:

Vrije vertaling:

“En de werkelijkheid van ‘Ismat (Ma’soem-zijn) is dat Allah, de Verhevene, geen zonde schept voor de dienaar ondanks dat zijn macht daarover en zijn keuze daarvoor voort blijven bestaan. En dit is de betekenis van de uitspraak van de geleerden: “(Ismat) is een gunst van Allah, de Verhevene, die de dienaar aanzet tot het doen van het goede en die hem weerhoudt van het begaan van het slechte ondanks het feit dat hij zijn keuze blijft behouden (voor het doen van wat hij wil), dit (namelijk dat hij deze keuze blijft behouden) is omdat hij wordt beproefd.”

En dit is waarom Shayg Aboe Mansoer al-Maaturiediy (Allah’s tevredenheid zij met hem) heeft gezegd: “Ismat neemt beproeving niet weg”. En hiermee wordt duidelijk de onjuistheid van de uitspraak van degenen die zeggen dat ‘Ismat een eigenschap van de geest van een persoon is die zich in het lichaam bevindt, waardoor het onmogelijk wordt dat er van zijn hand een zonde plaatsvindt. Hoe kan dit nu waar zijn. Immers, als zondigen onmogelijk zou zijn dan zou het niet correct zijn dat hij belast zou worden met het vermijden van zonden en dan zou hij ook niet worden beloond voor het vermijden ervan.”

(Bron: Sharh al-'Aqaaid an-Nasafiyyah)


Imaam Qaadie ‘Iyaad (Allah’s tevredenheid zij met hem) schrijft:

Vrije vertaling:

“En de overgrote meerderheid (van de Moslims) heeft het standpunt dat de Profeten[2] daarvan (namelijk: het begaan van zonden) beschermd zijn van Allah’s kant, terwijl zij hun keuze en kracht om te handelen blijven behouden.” 

(Bron: Ash-Shifaa)

 

Engelen zijn Mukallaf


Allah, de Almachtige, openbaart in de Heilige Quraan:

Vrije vertaling:

{En voor Allah alleen werpen zich neder al wat in de hemelen en al wat op aarde kruipt alsmede de Engelen, en zij zijn niet hoogmoedig. Zij vrezen hun Heer boven[3] hen en verrichten wat hun bevolen wordt.}

Soerah an-Nahl, verzen 49-50 | 16:49-50


Uitleg op het bovenstaande Vers

Imaam Fagr-ud Dien ar-Raaziy (Allah's tevredenheid zij met hem) schrijft:

 

Vrije vertaling:

“Dit Vers duidt erop dat Engelen Mukallaf (belast zijn met opdrachten) van Allah’s kant, en dat opdrachten en verboden ook van toepassing zijn op hen net zoals bij de rest van Mukallaf wezens ook het geval is. En als zij dus Mukallaf zijn, dan is het noodzakelijk dat zij in staat moeten zijn om het goede alswel het slechte te kunnen verrichten.”

(Bron: At-Tafsier al-Kabier)

 

Imaam Qaadie al-Baydaawie (Allah's tevredenheid zij met hem) schrijft:

Vrije vertaling:

“En hierin is er een verwijzing naar het feit dat Engelen mukallaf zijn en zich tussen vrees en hoop begeven.”

(Bron: Anwaar-ut Tanziel)

 

Imaam Aboel Barakaat an-Nasafiy (Allah's tevredenheid zij met hem) schrijft:

Vrije vertaling:

“Hierin is er een verwijzing naar het feit dat Engelen mukallaf zijn en dat opdrachten en verboden voor hun gelden en dat zij zich tussen vrees en hoop bevinden.”

(Bron: Tafsier Madaarik ut-Tanziel)


Imaam al-Qurtubiy (Allah's tevredenheid zij met hem) schrijft in zijn bekende gezaghebbende Tafsier in de uiteenzetting van Vers 29 van Soerah al-Ambiyaa:

Vrije vertaling:

“En dit (Vers) is een bewijs voor dat zij (Engelen) – ook al zijn ze verheven met de eer van ‘ismat-Muta’abbad (dat wil zeggen: belast zijn met de aanbidding en gehoorzaamheid van Allah), en ze zijn niet gedwongen tot aanbidding, zoals sommige onwetenden denken.”

(Bron: Tafsier al-Qurtubiy)

 

 

De vier belangrijkste Engelen

Onder de Engelen zijn er vier die het hoogste staan in rang en status. Deze Engelen zijn:

1. Engel Djibriel (vrede zij met hem)

2. Engel Mikaa-iel (vrede zij met hem)

3. Engel Israafiel (vrede zij met hem)

4. De Engel des Doods (Malak-ul-Maut)[4]

 

Engelen zijn aangesteld voor verschillende taken

Allah, de Verhevene, heeft Engelen voor verscheidene taken aangesteld. Zo zijn er:

– Engelen die de taak hebben om de goede en slechte daden vast te leggen.

– Engelen die vergiffenis vragen voor de gelovigen en Du’aa doen voor hen.

 

– Engelen die de gelovigen helpen en ondersteunen.

– Engelen die Allah’s bestraffing brengen.

 

– Engelen die de taak hebben om de zielen van mensen weg te nemen als het moment voor hen is gekomen. De Engel die hiermee is belast is de Engel des Doods (vrede zij met hem) die hiervoor vele hulpengelen heeft.

– Engelen die de taak hebben om mensen in hun graven (d.w.z. ‘Aalam al-Barzag) te ondervragen over hun geloof in Allah de Verhevene en Zijn Boodschapper (vrede en zegeningen zij met hem).

 

– Engelen die de taak hebben om het te laten regenen en de mensen hun door Allah, de Almachtige, geschonken levensonderhoud (Rizq) te bezorgen.

– Engelen die constant bezig zijn de aarde af te reizen op zoek naar mensen die Allah, de Verhevene, aan het gedenken zijn.

 

– Engelen die de taak hebben om de vredesgroet en heilwensen (Salaat en Salaam) van de volgelingen aan de Heilige Profeet Muhammad (vrede en zegeningen zij met hem) te presenteren namens de personen die deze uitspreken.

– Engelen die de ‘Arsh dragen. Op de Dag des Oordeels zullen dit er acht zijn, zoals Allah de Verhevene dit openbaart in de Heilige Quraan:

Vrije vertaling:

{En de Engelen zullen zich op de zijden ervan bevinden. En op die Dag zullen acht Engelen de ‘Arsh van uw Heer boven zich houden.}

Soerah al-Haaqqah, vers 17 | 69:17

 

Er zijn vele taken die door Engelen worden uitgevoerd naar Allah’s bevel. En dit terwijl Allah, de Verhevene, al deze zaken ook kan laten gebeuren zonder de tussenkomst van Engelen. Hij is de Almachtige, de Onafhankelijke. Allah, de Almachtige, openbaart in de Heilige Quraan:

Vrije vertaling:

{“Zeg: Hij is Allah! Hij is Eén! Hij is onafhankelijk. Hij heeft niet verwekt, noch is Hij verwekt. En niet één is gelijk aan Hem.”} 

Soerah al-Ichlaas | 112:1-4

 

In werkelijkheid zijn de Engelen Asbaab (ogenschijnlijke veroorzakers) en de werkelijke Veroorzaker/Schepper is Allah de Almachtige. Dat betekent dus dat het in werkelijkheid Allah, de Verhevene, is die het laat regenen, de Engelen zijn hierbij Asbaab. En in de wereld der Asbaab is het de gewoonte van Allah de Verhevene dat wanneer er zich een Sabab voordoet, Hij een bepaalt effect erop laat sorteren.

 

Korte samenvatting

Het geloven in het bestaan van Engelen is een fundamenteel onderdeel van de Islaam. Engelen zijn subtiele schepselen geschapen van licht (Noer). Ze zijn verborgen voor onze zintuiglijke waarnemingen. Engelen hebben vleugels en hebben enorme groottes. Ze zijn niet mannelijk en ook niet vrouwelijk. Engelen kunnen met Allah's Wil en in staat stelling in verschillende gedaanten verschijnen.

Ze zijn verheven schepselen en hebben eigenschappen die passen bij hun status en taken. Ze hebben verschillende rangen en aanbidden Allah de Verhevene voortdurend en lofprijzen Hem.

 

Alle Engelen zijn Ma’soem. Dit houdt in dat Allah, de Verhevene, hen behoedt tegen het begaan van zonden en fouten. Ze hebben een wil en zijn Allah, de Verhevene, altijd gehoorzaam. Allah, de Almachtige, heeft hen aangesteld voor verscheidene taken.

Allah, de Almachtige, is niet afhankelijk van de Engelen. Hij is absoluut onafhankelijk van de schepping, zoals Hij openbaart in de Heilige Quraan: {Allah is onafhankelijk}[5].

 


[1]

 

[2] En dus ook Engelen.


[3]

[4] De Engel des Doods wordt ook wel “Izraa-iel” genoemd. De naam van de Engel des Doods komt niet voor in de Heilige Quraan of in de Hadith van de Heilige Profeet Muhammad (vrede en zegeningen zij met hem). De benaming Izraa-iel is overgeleverd van de Taabi’iy Wahb bin Munabbih (rahmatulLaahi ‘alaih). Desalniettemin hebben veel geleerden van de Ahlus Sunnah Wal Djamaa’ah deze naam (namelijk: Izraa-iel) wel gebruikt voor de Engel des Doods, wat ook te zien is in veel Tafsier-boeken (Quran-exegeses).

[5] Soerah al-Ichlaas, vers 2 | 112:2

Aantal keren bekeken: 3.384