Mus’ab bin ‘Umair

Mus'ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem)


Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) leefde in de heilige stad Mekkah al-Mukarramah. Hij kwam uit een rijke familie. Hij was een elegante jongeman, erg knap, mooi zowel qua uiterlijk als innerlijk. Hij droeg dure kleding en zag er altijd netjes en verzorgd uit. Hij gebruikte altijd welriekende parfum. Als hij ergens naartoe ging dan wisten de mensen dat hij eraan kwam doordat zij die lekkere geur roken. De ouders van Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) hielden erg veel van hem en hij hield erg veel van hen. Iedereen die hem zag raakte in bekoring, werd gelijk vrolijk door zijn mooie uitstraling en qua gedrag was hij ook een voorbeeldig persoon. Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) was ondanks zijn jonge leeftijd erg wijs en was vaak bij de discussies van de leiders en ouderen bij de Ka’bah te vinden, terwijl andere jongeren uit waren op plezier.

 

Op een keer liep hij buiten in Mekkah en er kwamen twee groepen jongeren. De ene groep vroeg aan Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem): “Kom je met ons mee op jacht?”, maar Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) was niet zoals de meeste andere jongeren van zijn tijd, hij ging niet mee. De andere groep vroeg aan hem: “Kom je met ons mee wijn drinken?”, maar Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) behoorde ook niet tot dat soort jongeren, hij zei: “Nee”.

 

Hij liep door en hij ging naar de Ka’bah en ging daar zitten om te luisteren naar de ouderen en de wijze mensen van Quraysh: de Shuyoekh. Het was in de tijd waarin de Islaam nog niet zegevierde. De Islam werd gepredikt door de heilige Profeet Muhammad (vrede en zegeningen zij met hem), het was de begintijd van de Islam. Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) kwam aan bij de Ka’bah en hij hoorde de ouderen en leiders van Quraysh daar vergaderen in een Nadiah. De Nadiah was een soort bijeenkomst waar oudere mensen bij elkaar kwamen en belangrijke beslissingen namen, vergelijkbaar met de tweede kamer die we hedendaags kennen. Hij ging daar ook zitten luisteren naar de wijze woorden van de ouderen. Maar wat hoorde hij daar? Hij hoorde de ouderen heel driftig een gesprek voeren.

 

Waar spraken zij over? Zij spraken over een man die hun geloof, het geloof van hun voorouders, afkeurde. Een man die opkwam voor de rechten van de zwakkeren, een man die opkwam voor de armen, opkwam voor de slaven.

 

Ze waren heel boos op deze persoon. Ze hadden het over de heilige Profeet Muhammad (vrede en zegeningen zij met hem). Toen Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) dat hoorde, ontstond er in zijn hart de wens dat hij ook die bijzondere persoon, die opkomt voor de onderdrukten en waarover zo een ophef is ontstaan, zou kunnen ontmoeten. Hij begaf zich op weg naar het huis van Arqam bin al-Arqam (Daarul Arqam). Dat was in die tijd de plaats van bijeenkomst voor de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) en de gelovigen. Daar onderwees heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) de Sahaabah (metgezellen, Allah’s tevredenheid zij met hen) de Islaam en de Quraan.

 

Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) staat nu voor de deur van Daarul Arqam. Hij klopt op de deur, de deur wordt open gedaan en hij wordt binnengelaten, waarna hij plaats neemt tussen de menigte van metgezellen van de geliefde Profeet (vrede en zegeningen zij met hem). Als de Sahaabah (Allah’s tevredenheid zij met hen) zien dat de binnengekomen jongeman Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) is, verblijden hun gezichten van vreugde: Mus’ab is komen luisteren naar de wijze woorden van de Trooster, de Verlosser, de door de Schepper gezondene Profeet Muhammad (vrede en zegeningen zij met hem). De heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) reciteert uit de eerwaarde Quraan en vertelt over de Schepper, Allah de Verhevene, en wat Hij zijn dienaren opdraagt. Terwijl Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) de betoverende recitatie van Allah’s Woord aanhoort, vervult zijn hart met het licht van Allah’s leiding. Hij loopt naar de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) toe, steekt zijn hand uit en kondigt aan dat hij toetreedt tot de Islam verklarende: “Ik getuig dat niemand het waard is om te worden aanbeden behalve Allah en ik getuig dat U de Profeet bent van Allah”.

 

Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) hield het feit dat hij Moslim was geworden nog geheim. Hij hield dat tevens verborgen voor zijn ouders, want hij wilde zijn moeder niet kwetsen omdat hij zielsveel van haar hield. In het verborgene verrichtte hij dus het gebed. Op een keer zag iemand hem het gebed verrichten, waarna die persoon dit doorvertelde aan de ouders van Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem). Toen Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) terugkwam naar huis, zag hij dat iedereen hem negeerde. Iedereen keek hem heel boos aan en ze wilden geen contact meer met hem. Zijn ouders verstootten hem. En daar bleef het niet bij, de hele Quraysh stam en de hele samenleving hadden hem verstoten waardoor hij opeens heel arm werd.

 

Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) de wijze jongeman die rijkelijk gekleed ging, deze elegante en knappe jongeman door wie (wanneer hij ergens voorbij kwam) de hele straat het niet kon nalaten om hem nog eens na te kijken, wie hij aansprak kon niet anders dan zijn verdriet vergeten, deze Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) was nu arm aan het worden.

 

Als hij wilde, zou hij zo terug kunnen naar zijn luxe en comfortabele leven dat zijn ouders hem maar al te graag wilden geven als hij maar zijn Islamitische identiteit zou opgeven. Het was een duidelijke keuze tussen:

a. luxe, acceptatie van de meerderheid, een rustig leven etc., maar dan zou hij wel zijn Islamitische identiteit moeten opgeven.

b. of armoede, onderdrukking door de meerderheid en een leven vol tegenslagen, maar dan met behoud van zijn Islamitische identiteit.

 

Hij koos zonder te twijfelen voor het behoud van zijn Islamitische identiteit, voor het dienen van de Profeet en de Islam. De vele offers die hij zou moeten brengen voor de Islam ontving hij glimlachend met open armen. Precies zoals Allah de Almachtige de gelovigen beschrijft in zijn heilige Boek:


    قُلْ إِنَّ صَلاَتِي وَنُسُكِي وَمَحْيَايَ وَمَمَاتِي لِلهِ رَبِّ الْعَالَمِينَ .    

سورة الأنعام 162

 

 { Zeker mijn gebeden mijn opofferingen (alle offers die ik breng), mijn dood en mijn leven, alles is voor Allah } Soerah al-An'aam, Aayah 162


Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) volharde, hij deed Sabr (geduld) en wat een Sabr! Hij werd een groot voorbeeld voor anderen in Sabr. Hij vond zijn waarde in de Islam; ook al was hij arm, zijn kracht vond hij in de Islam.

 

De ongelovigen van Mekkah maakten het erg moeilijk voor de Moslims, en vooral die Moslims die niet in bescherming werden genomen door hun (ongelovige) stamgenoten of die helemaal geen stamgenoten hadden en arm waren. Moslim-slaven en armen werden zwaar gestraft en de onderdrukking van de Moslims werd opgevoerd. Arme en zwakke Moslims werden gemarteld en gedood. Grote stenen werden op hun buik gezet terwijl ze vastgeketend aan de grond alleen werden gelaten in de hete zon zonder water.

 

Gezien deze zware omstandigheden had de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) de zwakste en meest kwetsbare Sahaabah die geen beschermheren hadden, toestemming gegeven om te emigreren naar Abessinië (Ethiopië). In Abessinië heerste een rechtvaardige koning in wiens rijk niemand onrecht werd aangedaan. Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) behoorde ook tot die groep die naar Ethiopië emigreerde.

 

Toen Sayyidunaa 'Umar (Allah’s tevredenheid zij met hem) de Islaam accepteerde, verborg niemand meer zijn Islamitische identiteit. De Islam werd niet meer in het geheim beleden. Doordat Allah de Islam had versterkt door Sayyidunaa 'Umar en Sayyidunaa Hamzah (Allah’s Tevredenheid zij met hen) de waarheid te laten inzien, groeide de status/macht van de Moslims in Mekkah. Want Hamzah en Oemar (Allah’s tevredenheid zij met hen) waren machtige en gevreesde mannen met veel aanzien onder de Mekkaners.

 

De metgezellen die voorheen naar Abessinië waren geëmigreerd, kwamen weer terug naar Mekkah al-Mukarramah, waarbij Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) ook behoorde. Toen hij aankwam van die lange reis, helemaal van Ethiopië naar Mekkah, hoe zag hij er toen uit? Hij had een versleten en gescheurde geitenhuid om zich die nauwelijks meer zijn lichaam bedekte. Zijn huid was helemaal uitgedroogd, grof en hard geworden, gebarsten van de droogte. Zijn gezicht was erg vermagerd.

 

Dit is Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem)! Toen hij daar aankwam in Mekkah en de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) Mus'ab in deze toestand zag, zei de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem): Ik heb geen enkele jonge man van de Quraysh van Mekkah al-Mukarramah gezien die zo vertroeteld werd/zo begunstigd werd door zijn ouders / zoveel luxe had als Mus ‘ab bin 'Umair en die daarna al deze dingen had opgeofferd/ vaarwel had gezegd, alleen maar uit liefde voor Allah en Zijn Profeet”.

 

In een andere overlevering overlevert Sayyidunaa 'Umar (Allah’s tevredenheid zij met hem) dat de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) naar Mus’ab bin 'Umair keek, die aankwam (van Ethiopië) gehuld in een lap geitenhuid. Na deze situatie waarin Mus’ab bin 'Umair zich nu bevond te hebben gezien, zei de geliefde Profeet (vrede en zegeningen zij met hem): Kijk naar deze jongeman wiens hart Allah heeft verlicht! Ik heb nog gezien hoe zijn ouders hem het voortreffelijkste voedsel gaven te eten. Toen heeft de liefde voor Allah en Zijn Profeet hem geroepen naar wat jullie nu zien”.

 

De liefde voor Allah de Almachtige, voor de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem)  en voor de Islam hebben Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) ertoe gebracht om al deze zaken op te offeren. Als hij had gewild kon hij leven als een rijk persoon met alle respect van de Quraysh, maar dat alles heeft hij opgeofferd voor Allah en Zijn geliefde Profeet (vrede en zegeningen zij met hem). Hij heeft zijn Islamitische identiteit gekoesterd en beschermd. Nu is hij vermagerd, zijn kleding is gescheurd en bedekt nauwelijks nog zijn lichaam. Zijn eens zijde zachte huid is uitgedroogd en gebarsten. Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) bleef nu bij de geliefde Profeet (vrede en zegeningen zij met hem), die hem spirituele opvoeding gaf en hem onderwees.

 

De Genade der werelden, de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem), die door de Barmhartige Schepper naar de mensheid was gestuurd om de mensen te zuiveren, te reinigen, hun spiritualiteit en moraliteit te cultiveren, om de mensen naar de tevredenheid en nabijheid van de Schepper te brengen, om hen te onderwijzen en hen rust en vrede te schenken, om de zwakkeren en onderdrukten te bevrijden, om de lijdenden te verlossen en de dwalenden te leiden. Deze door de Schepper gezonden Verlosser verlichtte de harten van zijn metgezellen. Hij voedde hen op tot de beste mensen aller tijden na de Profeten. Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) was uitverkoren om tot de gelukkigen te behoren die in de nabijheid van de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) vertoefden en onder Zijn oplettende oog en supervisie spirituele ontwikkelingen doormaakten die wij ons niet eens kunnen voorstellen.

Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) was buitengewoon verstandig en opmerkelijk scherpzinnig, zodat hij na een tijdje een van de geleerdste Sahaabie werd. Hij werd gerekend tot de Foeqahaa as-Sahaabah, oftewel de geleerden onder de metgezellen.

Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) kende heel veel uit zijn hoofd. Omdat hij een grote geleerde was geworden, stuurde de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) hem naar Medinah al-Munawwarah, om daar Tableegh te doen voor de Islam, om de mensen daar te onderwijzen in de Islaam en in de heilige Quraan.


Opmerking over Madinah

Medinah al-Munawwarah heette toen nog Yathrib, wat 'plaats van epidemieën' betekent. Het was een plaats waar er regelmatig ziekten uitbraken. Maar toen de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) later naar Yathrib emigreerde, verdwenen de epidemieën en droogten; het werd een zegenrijke stad. De naam veranderde in Medinah an-Nabie, wat 'de stad van de Profeet' betekent. Het werd ook wel Medinah al-Munawwarah genoemd, wat 'de verlichte stad' betekent. Zodra de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zijn zegenrijke voet in Yathrib zette, veranderde het van Yathrib (plaats van ziekten) in al-Medinah al-Munawwarah (de verlichte stad), waarvan zelfs de aarde en zand een genezende kracht hebben. De heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) heeft verboden om deze stad nog met de oude naam Yathrib te noemen. Het behoort tot de heiligste plaatsen op de ganse aardbol.

Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) ging in opdracht van de geliefde Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) naar Medinah. Het heette toen nog Yathrib en de inwoners hadden de Islam nog niet geaccepteerd. Wel hadden ze er veel belangstelling naar, omdat er daar ook enkele joodse stammen woonden die de komst van een laatste profeet hadden voorspeld. Deze profeet zou rond dit tijdperk moeten verschijnen. Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) vertelde de inwoners van Yathrib over de Islam. Hij deed daar zijn best en hij had groot succes. Talrijke mensen in Medinah accepteerden met vreugde de Islam op de hand van Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem).

Toen het seizoen van de bedevaart (Hadj) aanbrak, kwam Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) met 70 inwoners van Yathrib die Moslim waren geworden vanuit Medinah naar Mekkah om met hen de Hadj te verrichten. De heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) was toen nog woonachtig in zijn geboorteplaats Mekkah.

 

Toen Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) in Mekkah aankwam, waren het niet zijn ouders (waarvan hij zoveel hield), waar hij gelijk naartoe snelde. Nee, zijn gedachten werden in beslag genomen door het liefdevolle wederzien van de geliefde Profeet (vrede en zegeningen zij met hem. Hij snelde zich direct naar de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) om het prachtige gezicht van hem te aanschouwen.

De Sahaabah (Allah’s tevredenheid zij met hen) hadden heel veel liefde en respect voor de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem). Er is een metgezel die vertelde dat wanneer hij bij de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) kwam, hij alleen maar naar het prachtige gezicht van de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) kon kijken. Hij kon zijn ogen niet weghalen wanneer hij het mooie gezicht van de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) aanschouwde.

Daarom heeft Hassaan bin Thaabit (Allah’s tevredenheid zij met hem) een bekende metgezel van de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) het volgende lofgedicht voorgedragen:

 

“Wa ahsana minka lam taraqattu ‘ainie
Wa adjmala minka lam talidin nisaa-u
Guliqta mubarra-am min kulli ‘aibie
Ka-annaka guliqta kamaa tashaa-u”

 

“En prachtiger dan U heeft mijn oog nooit aanschouwd.
En mooier dan U heeft geen enkele vrouw gebaard.
U bent geschapen vrij van alle minpunten,
Alsof U geschapen bent zoals U het zelf gewild hebt”.

 

De Mekkaners lieten de gelovigen niet met rust en boycotten de Moslims. Ze beraamden ook plannen om de heilige Boodschapper van Allah om te brengen. Toen het onhoudbaar werd in Mekkah, gaf Allah de Verhevene de opdracht om te emigreren naar Yathrib, waar de geliefde Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) met uitbundige vreugde werd ontvangen. De inwoners van Yathrib liepen in menigten door de straten van hun stad en verzamelden zich om de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) welkom te heten. De kleine meisjes van de stad stonden op de heuvel die toegang bood naar de stad (thaniyyatul wadaa’ genaamd) en verwelkomden de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) met de historische lofzang ter ere van hem, die tot de dag van vandaag overal in de Islamitische wereld met veel eerbied en liefde wordt voorgedragen:


 

“Tala’al badru ‘alayna
Min thaniyyaatil wadaa’
Wadjabash shukru ‘alayna
Maa da’aa lilLaahi daa’

 

Ayyuhal mab’uthu fiena
Dji’ta bil amril mutaa’
Dji'ta sharraftal Madienaa
Marhaban yaa gaira daa’”


De volle maan is opgekomen bij ons
Vanuit thaniyyaat al-wadaa’
Wij zijn Allah dank verschuldigd
Zolang de bidder tot Allah bidt

 

0 (verheven persoon die) tot ons is gezonden!
U brengt een zaak (religie) die het waard is te worden gehoorzaamd
U hebt de stad eer geschonken
Welkom 0 beste verkondiger!

 

In Medinah konden de Moslims in alle vrijheid de Islam belijden. Met de dag groeide het aantal inwoners van Medinah wiens harten verlicht werden met de waarheid van de Islam en die Moslim werden.


De slag van Badr

De ongelovigen van Quraysh waren niet tevreden. Zij wilden de Islam van de aardbodem wegvagen. Ze kwamen naar Medinah. De heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) begaf zich met zijn metgezellen naar Badr: een dorpje op ongeveer tachtig mijl afstand van Medinah. Op deze plek ontstond de eerste gewapende strijd tussen Waarheid en Valsheid die tot de laatste dag zal blijven bestaan.

Deze historische slag staat bekend als 'de slag bij Badr'. Deze slag was alles beslissend voor het voortbestaan van de Moslims. De ongelovige Mekkaners waren er op uit om de Moslims (die nu nog zwak waren) van de aardbodem weg te vagen. De Moslims hadden tot nu toe nog nooit gewapende strijd geleverd. Altijd hadden ze elke vorm van onderdrukking en vervolging zwijgend ondergaan. Maar nu was er sprake van leven of dood, voortbestaan of uitsterven. Allah de Almachtige gaf de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) en zijn metgezellen toestemming om zich nu te verdedigen.

In deze belangrijke slag kreeg Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) het vaandel van de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) (Raayatun Nabie) aangereikt. Hij was de vaandelhouder. Hij moest in het gevecht van Badr het vaandel van de Islaam hooghouden wat hij ook had gedaan.

In deze slag behaalde het leger van Allah de overwinning. De ongelovigen waren met 1000 goed bewapende mannen, terwijl de Moslims slechts met 313 slecht bewapende mannen waren. Ze kwamen triomferend uit de strijd met Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) als vaandeldrager. Na deze geweldige overwinning op de ongelovige Mekkaners, begon de Islam aan zijn opmars. De ster van voorspoed en eer van de Moslims begon hoog aan de hemel te schijnen. Allah de Almachtige had een groep Engelen gestuurd die aan de kant van de gelovigen streden. In deze slag waren grote leiders van de ongelovige Mekkaners gedood zoals Aboe Djahl, Utbah, Shaibah, Abu Bagtarie, Aas bin Hishaam, Uqbah bin abie Ma’iet, Nadr bin Haarith, Umayyah bin Galaf, etc.


De slag van  Uhud

Na deze vernietigende en vernederende slag ontbrandden in de harten van de Mekkaners wraakgevoelens. Zij verzamelden zich en lanceerden nog een aanval om hun gedode leiders te wreken en om de Moslims voorgoed van de aardbodem weg te vagen. Deze slag staat bekend als 'de slag bij Uhud'.

 

Tijdens deze cruciale strijd kreeg Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) weer de vaandel aangereikt van de geliefde Profeet (vrede en zegeningen zij met hem). Mus’ab behoorde qua rang tot de grote Sahaabah (Allah’s tevredenheid zij met hen).

Hij hield het vaandel van de Islam hoog, ook toen de strijd op zijn hevigst was, tot er plots een vijandelijke strijder kwam die met een harde slag van zijn zwaard de rechterhand van Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) afhakte. Die slag kwam zo hard aan dat de hand van Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) direct naar beneden viel, los van het lichaam. Maar Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) pakte met z’n andere hand de vaandel beet en hield dat fier hoog. De vijandelijke strijder hakte hierna ook de andere hand van Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) eraf.  Met de twee stompen van zijn armen die overbleven hield hij het vaandel beet en hield dat aan zijn borst gedrukt zodat het niet zou vallen. Ondanks alle pijn en levensgevaar hield deze moedige held van de Islaam, een leeuw uit de onverschrokken leeuwen die onze voorouders zijn, Mus'ab bin 'Umair (moge Allah’s oneindige tevredenheid op hem rusten), stand en liet het vaandel van de Islam niet naar beneden vallen. Toen de vijandige strijder dit zag, pakte hij zijn pijl en boog en schoot een pijl in de borst van Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem), waarop hij Shahied (martelaar) werd en de hoge status van Shahaadah (martelaarschap) bereikte.

 

Dit was een jonge man van de Islam en zo zit de hele geschiedenis van de Islam vol met jonge mannen, die zich niet laten misleiden of verleiden door de wereldse pracht en praal; Nee, zij verkiezen het om de Islam te verdedigen uit liefde voor Allah en Zijn Profeet (vrede en zegeningen zij met hem). Dat is pas een voorbeeld dat waard is om te worden nagevolgd:  Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem).

 

In de slag bij Uhud waren de Moslims verslagen, terwijl ze aanvankelijk hadden overwonnen. De heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) had een groepje schutters opgedragen om een heuvel te verdedigen die de achterflank van de Moslims moest dekken. De heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) had duidelijk bevolen dat ze in geen geval hun plaats mochten verlaten. Ongeacht of de Moslims de overwinning zouden behalen of niet. Maar toen de Moslims aanvankelijk de slag gewonnen hadden en het ongelovige leger op de vlucht was geslagen, kwamen de meeste van deze schutters hun plaats achterlatend het slagveld op.

 

Hier is er een wijze les voor ons: De heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) had hun bevolen om in geen geval de heuvel te verlaten. Maar omdat deze groep schutters het gebod van de Profeet niet in acht hadden genomen, veranderde de overwinning in een nederlaag.

Khalid bin Walied (Allah’s tevredenheid zij met hem), die toen de aanvoerder van de Mekkaanse cavalerie was en nog geen Moslim was geworden, keerde met zijn leger terug en viel de nietsvermoedende Moslims aan vanuit deze heuvel die de achterflank van het Moslimleger moest dekken, waardoor de gewonnen slag een verloren slag werd. In deze strijd is ook de oom van onze Profeet: Sayyidunaa Hamzah (Allah’s tevredenheid zij met hem) Shahied geworden (gesneuveld). Grote Sahaabah hebben hierin de Shahaadah verkregen.


Toen de ongelovigen zegevierend terugkeerden naar Mekkah al-Mukarramah, waren de Sahaabah bezig met het verzorgen van de gewonden en het begraven van hun overleden kameraden. Terwijl ze hiermee bezig waren zagen ze Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) met zijn gezicht op de grond liggen. Toen de heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) dat zag, droeg Hij (vrede en zegeningen zij met hem) de volgende Quraan Aayah voor:

 

مِنَ الْمُؤْمِنِينَ رِجَالٌ صَدَقُوا مَا عَاهَدُوا اللهَ عَلَيْهِ فَمِنْهُمْ مَنْ قَضَى نَحْبَهُ وَمِنْهُمْ مَنْ يَنْتَظِرُ وَمَا بَدَّلُوا تَبْدِيلاً. سورة الأحزاب 23

 

{Onder de gelovigen zijn er mannen die waar hebben gemaakt wat zij aan Allah hadden beloofd (namelijk, zij hadden aan Allah beloofd dat zij zullen strijden ter verdediging van de Islam ook al zouden zij hun leven daarbij verliezen en dat hebben zij nu waargemaakt.) Onder deze mannen zijn er die reeds zijn heengegaan (die al Shahied zijn) en onder hen zijn er die nu wachten om Shahied te worden. En deze (helden) zijn niet afgeweken van hun doel} (ze laten zich niet misleiden door de wereldse aantrekkelijkheden).

 

De heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) en de Sahaabah (Allah’s tevredenheid zij met hen) gingen nu Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) begraven, maar ze hadden geen Kafan (lijkwade) voor hem. De Kafan is een lijkwade, een kleed, waarin iemand wordt gewikkeld voordat deze persoon wordt begraven. de kleding die Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) op dat moment aan had, was te kort om hem er helemaal mee te bedekken. Hij had een oud en gescheurd kledingstuk aan dat te kort was. Als ze met dat kledingstuk zijn bovenlichaam bedekten, bleven zijn voeten onbedekt. En als ze zijn onderlichaam bedekten dan bleef zijn gezicht onbedekt. De heilige Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei tegen de Sahaabah om met het kledingstuk het bovenlichaam van Sayyidunaa Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem) te bedekken en zijn voeten met gras te bedekken in het graf. Dit is Mus’ab bin 'Umair (Allah’s tevredenheid zij met hem)!

Aantal keren bekeken: 6.288