Voorschriften met betrekking tot Soerah al-Faatihah volgens de Maliki Madhab

De recitatie van de Imaam en de Munfarid
Het is voor de Imaam (degene die het gebed leidt) en de Munfarid (degene die individueel het gebed verricht) verplicht om in elke Rak’ah Soerah al-Faatihah te reciteren, ongeacht of het een verplicht of vrijwillig gebed betreft. De heilige Profeet SallalLaahu ‘alaihi wa sallam heeft gezegd:

 عَنْ عُبَادَةَ بْنِ الصَّامِتِ أَنَّ الرَّسُوْلَ اللهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَالَ: "لَا صَلَاةَ لِمَنْ لَمْ يَقْرَأْ بِفَاتِحَةِ الْكِتَابِ". أخرجه البخاري في الأذان، باب وجوب القراءة للإمام والمأموم في الصلوات كلّها. ومسلم في الصلاة، باب قراءة الفاتحة في كلّ ركعة

“Het Gebed is niet geldig voor degene die Soerah al-Faatihah niet heeft gereciteerd.”

Bukhari & Muslim

 
De recitatie van de Ma’moem
Het is voor de Ma’moem (degene die achter een Imaam het gebed verricht) niet verplicht om Soerah al-Faatihah te reciteren. In gebeden en/of Raka’aat waarin zacht wordt gereciteerd door de Imaam, is het voor de Ma’moem Mustahab (gewenst) om Soerah al-Faatihah te reciteren. In gebeden en/of Raka’aat waarin hard wordt gereciteerd door de Imaam, is het juist Makroeh (ongewenst) voor de Ma’moem om Soerah al-Faatihah te reciteren. Het argument hiervoor vinden we terug in de volgende openbaring van Allah, de Verhevene:

 

{En wanneer de Qur’aan wordt gereciteerd, luistert er dan naar en wees stil}
 (Soerah al-A’raaf, Aayah 204)

 

 

Dit was ook de praktijk van de vrome voorgangers:

عَنْ نَافِعٍ أَنَّ عَبْدَ اللهِ بْنِ عُمَرَ كَانَ إِذَا سُئِلَ: هَلْ يَقْرَأُ أَحَدٌ خَلْفَ الْإِمَامِ؟ قَالَ: إِذَا صَلَّى أَحَدُكُمْ خَلْفَ الْإِمَامِ فَحَسْبُهُ قِرَاءَةُ الْإِمَامِ، وَإِذَا صَلَّى وَحْدَهُ فَلْيَقْرَأْ. قَالَ: وَكَانَ عَبْدُ اللهِ بْنُ عُمَرَ لَا يَقْرَأُ خَلْفَ الْإِمَامِ. أخرجه مالك في الصلاة، باب ترك القراءة خلف الإمام فيما جهر فيه


Naafi’ heeft overgeleverd dat wanneer ‘Abdullah bin ‘Umar (RadiyalLaahu ‘anhumaa) werd gevraagd: “moet iemand reciteren achter de Imaam?”, hij zei: “wanneer iemand achter de Imaam bidt, dan is de recitatie van de Imaam voldoende voor hem, en wanneer hij alleen bidt dan moet hij [Soerah al-Faatihah] reciteren”. Naafi’ zei: en ‘Abdullah bin ‘Umar placht [Soerah Al-Faatihah] niet te reciteren achter de Imaam.

Muwatta Imaam Maalik

 

Het zeggen van “Amien” na de recitatie
Na de recitatie van Soerah al-Faatihah is het gewenst om zachtjes “Amien” te zeggen. Dit geldt in alle gebeden voor de Munfarid en voor de Ma’moem. Voor de Imaam geldt dat dit alleen gewenst is in gebeden en/of Raka’aat waarin zachtjes wordt gereciteerd.

 

De heilige Profeet SallalLaahu ‘alaihi wa sallam heeft gezegd:

عَنْ أَبِيْ هُرَيْرَةَ أَنَّ رَسُوْلَ اللهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَالَ: "إِذَا قَالَ الْإِمَامُ غَيْرِ الْمَغْضُوْبِ عَلَيْهِمْ وَلَا الضَّآلِّيْنَ فَقُوْلُوْا: آمِيْنَ فَإِنَّهُ مَنْ وَافَقَ قَوْلُهُ قَوْلَ الْمَلَائِكَةِ غُفِرَ لَهُ مَا تَقَدَّمَ مِنْ ذَنْبِهِ". أخرجه مالك في الصلاة، باب ما جاء في التأمين خلف الإمام

“Wanneer de Imaam {Ghayril Maghdoebi ‘alaihim wal ad-daallien} zegt, zeggen jullie dan: “Amien”, want voorwaar, degene wiens opzeggen [hiervan] gelijk is aan het opzeggen van de Engelen, zijn voorgaande [kleine] zonden zullen worden vergeven.”

Muwatta Imaam Maalik

 

Aantal keren bekeken: 4.971